Vragenlijst gedragsconsult kat

Naam
Wie wonen er in huis? Vermeld indien van toepassing ook de leeftijden van kinderen. Beschrijf ook kort de werkroutine van deze personen.
Geslacht
Is uw kat gecastreerd/gesteriliseerd?
Is uw kat gechipt?
Is uw kat verzekerd?
Waar komt uw kat vandaan?
Beschrijf hier uw woning, hoeveel etages heeft de woning en de omgeving rond uw huis. Zijn er kamers die (permanent of gedeeltelijk) afgesloten zijn voor uw kat?
Beschrijf wat u weet over de eerdere leefomgeving, verzorging, andere mensen of dieren en eventuele verhuizingen of andere belangrijke gebeurtenissen.
Ongewenst gedrag
Beschrijf zo concreet mogelijk wat uw kat doet en in welke situaties u dit gedrag ziet.
Vermeld zo goed mogelijk wanneer het gedrag voor het eerst is opgevallen en of het gedrag sindsdien is veranderd, bijvoorbeeld in frequentie, duur of intensiteit.
Geef zo concreet mogelijk aan hoe vaak het gedrag voorkomt, bijvoorbeeld per dag, per week of per maand. Vermeld ook of dit op bepaalde dagen of momenten vaker voorkomt.
Beschrijf wat er vlak voordat het gedrag begint gebeurt. Denk aan waar uw kat is, wie of welke dieren aanwezig zijn en wat uw kat, andere dieren of mensen op dat moment doen.
Beschrijf wat er direct nadat het gedrag heeft plaatsgevonden gebeurt. Denk aan wat uw kat daarna doet en hoe mensen of andere dieren hierop reageren.
Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in huis, gezin, andere dieren (erbij of eraf), gezondheid, dagritme, leefomgeving, of een verhuizing.
Beschrijf wat u heeft geprobeerd en wat het effect hiervan was. Vermeld indien van toepassing ook eerder gekregen advies, gebruikte hulpmiddelen of andere begeleiding.
Beschrijf wat u hoopt dat er door de begeleiding verandert voor uw kat, voor uzelf en eventueel voor andere dieren in huis.
Wonen er naast de kat waarvoor u hulp vraagt nog andere katten in huis?
Vermeld per kat de naam, leeftijd, geslacht, of de kat gecastreerd/gesteriliseerd is en hoe lang de kat bij u woont.
Beschrijf hoe de katten aan elkaar zijn geïntroduceerd en hoe zij in de eerste periode op elkaar reageerden.
Beschrijf in uw eigen woorden hoe de katten met elkaar omgaan.
Welk gedrag ziet u tussen uw katten?
Beschrijf zo concreet mogelijk wat de katten doen. Vermeld indien mogelijk welke kat het gedrag begint, hoe de andere kat reageert en hoe de situatie eindigt.
Beschrijf wanneer en waar dit gebeurt en wat u aan de katten ziet. Denk bijvoorbeeld aan hun houding, bewegingen, geluiden en hoe zij op elkaar reageren.
Kunnen de katten elkaar gemakkelijk passeren in huis?
Denk bijvoorbeeld aan het passeren in deuropeningen, op de trap, in de gang of langs meubels. Kunnen de katten rustig langs elkaar lopen, of zie je bijvoorbeeld stoppen, wachten, omkeren of uitwijken?
Kunnen de katten zelfstandig gebruikmaken van belangrijke voorzieningen zonder dat een andere kat hen hindert?
Denk bijvoorbeeld aan kattenbakken, voer, water, rustplekken, krabplekken en doorgangen.
Beschrijf welke kat hierbij betrokken is, om welke voorziening of plek het gaat en wat beide katten doen.
Beschrijf hier eventueel gedrag of situaties die in de voorgaande vragen nog niet aan bod zijn gekomen.
Wonen er nog andere huisdieren in huis?
Beschrijf wat u ziet wanneer uw kat en de andere huisdieren bij elkaar zijn. Vermeld bijvoorbeeld of zij elkaar opzoeken, samen rusten of spelen, elkaar vermijden of ander gedrag naar elkaar laten zien.
Vermeld de naam en plaats van de dierenartspraktijk en, indien bekend, de naam van de behandelend dierenarts.
Vermeld indien mogelijk wanneer het onderzoek is uitgevoerd, de reden voor het onderzoek en de uitslag of eventuele bijzonderheden. Denk bijvoorbeeld aan bloedonderzoek, urineonderzoek, ontlastingsonderzoek, gebitsonderzoek, röntgenfoto’s of echografie.
Heeft uw kat nu of in het verleden lichamelijke klachten, aandoeningen of gezondheidsproblemen gehad?*
Beschrijf wat er aan de hand is of was, wanneer dit speelde en welke onderzoeken of behandelingen hiervoor zijn uitgevoerd.
Gebruikt uw kat momenteel medicatie of voedingssupplementen?
Vermeld per middel de naam, dosering, hoe vaak uw kat het krijgt en sinds wanneer het wordt gegeven. Vermeld indien bekend ook waarvoor het wordt gebruikt.
Vermeld het merk en type voer en, indien bekend, de hoeveelheid per dag. Geef ook aan of uw kat droogvoer, natvoer, vers voer of een combinatie hiervan krijgt. Beschrijf ook hoe en wanneer u beloningsbrokjes of snacks aanbiedt.
Beschrijf hoe vaak en op welke momenten uw kat eten krijgt en hoe het voer wordt aangeboden. Denk bijvoorbeeld aan vaste maaltijden, onbeperkt beschikbaar voer, een voerautomaat, voerpuzzels, afgewogen hoeveelheden of andere vormen van voedselverrijking.
Beschrijf hoeveel en waar in huis de voer- en waterplekken staan. Vermeld bij meerdere katten ook of zij dezelfde plekken gebruiken of ieder eigen voer- en/of waterplekken hebben.
Hoe wordt uw kat water aangeboden?
Is het eet- of drinkgedrag van uw kat de laatste tijd veranderd?
Beschrijf wat er is veranderd, sinds wanneer u dit merkt en of de verandering plotseling of geleidelijk is ontstaan.
Vermeld per kattenbak het formaat (hoogte, breedte, diepte), of deze open of overdekt is, welke merk kattenbakvulling wordt gebruikt en waar de bak staat. Geef aan of alle kattenbakken worden gebruikt en, bij meerdere katten, indien bekend welke kat van welke kattenbak gebruikmaakt. Zijn er de afgelopen maanden veranderingen in bakken of vulling gemaakt?
Vermeld hoe vaak urine en ontlasting uit de kattenbakken worden verwijderd.
Vermeld hoe vaak de kattenbakken volledig worden geleegd en schoongemaakt en waarmee u de bakken schoonmaakt.
Zijn er bijzonderheden in het plas- of ontlastingsgedrag van uw kat?
Beschrijf wat u heeft opgemerkt en sinds wanneer. Vermeld indien mogelijk hoe vaak uw kat plast en ontlast, de hoeveelheid, de houding tijdens het plassen of ontlasten en waar dit gebeurt.
In wat voor woning woont u?
Geef bij ‘anders’ kort aan om welk type woning het gaat.
Komt uw kat buiten?
Geef aan op welke manier uw kat naar buiten kan. Kies de optie die het beste past bij de huidige situatie.
Indien ja, vermeld welk type kattenluik u heeft, bijvoorbeeld een gewoon kattenluik of een kattenluik op chip. Beschrijf ook of uw kat zelfstandig naar binnen en buiten kan en of het kattenluik altijd toegankelijk is of alleen op bepaalde tijden. Komen buurtkatten bij u naar binnen?
Beschrijf welke plekken uw kat kan gebruiken om te rusten, zich terug te trekken of de omgeving vanaf een hogere plek te bekijken. Vermeld ook welke van deze plekken uw kat daadwerkelijk gebruikt.
Beschrijf welke krabmogelijkheden aanwezig zijn, waar deze staan (verticaal) of liggen(horizontaal), beschrijf het materiaal en welke uw kat daadwerkelijk gebruikt. Wordt er ook gekrabd op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn? Hoe reageer je hier zelf op?
Ziet uw kat andere katten rondom de woning of in de tuin?
Beschrijf wat uw kat doet wanneer hij of zij een andere kat ziet, hoort of ruikt. Vermeld indien mogelijk waar dit gebeurt en wat uw kat daarna doet. Hoe gaat u zelf om met buurtkatten?
Hoe vaak speelt uw kat?
Beschrijf waarmee en op welke manier uw kat speelt, hoe vaak (hoe vaak per dag) en hoe lang (hoeveel minuten per dag) een speelmoment ongeveer duurt en of uw kat alleen speelt of samen met mensen of andere dieren. Welk speelgoed heeft uw kat beschikbaar en waar liggen deze speeltjes? Zijn er ook speeltjes met extra geur zoals valeriaan of kattenkruid? Hoe reageert uw kat hierop?
Heeft uw kat momenten waarop hij of zij plotseling heel actief door het huis rent (“zoomies”)?
Beschrijf op welke momenten van de dag dit voorkomt, wat er vlak daarvoor gebeurt, hoe lang het ongeveer duurt en in welke ruimtes of op welke plekken uw kat dit gedrag laat zien.
Beschrijf waar uw kat graag mee speelt, welke manier van spelen de voorkeur heeft en of er bepaalde plekken of momenten zijn waarop uw kat het liefst speelt.
Beschrijf wat uw kat zelf doet wanneer hij of zij contact zoekt, bij wie de kat dit doet en op welke momenten dit meestal gebeurt.
Laat uw kat zich graag aaien?
Beschrijf of en wanneer uw kat graag geaaid wordt, op welke plekken van het lichaam en hoe uw kat tijdens het aaien reageert. Beschrijf ook wat u ziet wanneer uw kat niet of niet meer geaaid wil worden.
Beschrijf hoe uw kat reageert op aanraken en hanteren, bijvoorbeeld bij optillen, vasthouden, borstelen, nagels knippen, medicatie geven of andere verzorging.
Vermeld ongeveer hoeveel uur per dag er niemand thuis is en of dit per dag verschilt.
Denk aan vaste gewoontes, dagelijkse rituelen, opvallende voorkeuren of ander gedrag dat kenmerkend is voor uw kat.
Beschrijf uw kat in uw eigen woorden. Denk bijvoorbeeld aan hoe uw kat doorgaans reageert op mensen, andere dieren, nieuwe situaties en veranderingen.